Wetensch. naam: Chelone obliqua 'Alba'
KvK nr.: 28417658
Plantenziekten
Kaalgevreten (fruit)bomen
Beschrijving
In het vroege voorjaar bij het uitlopen van
vele soorten bomen vindt een complete kaalslag
plaats van blad en bloem. Dit wordt veroorzaakt door de rupsen van de wintervlinder die
vooral eten van het blad van de eiken, haagbeuken, wilgen, elzen, essen, maar ook
veelvuldig gebruik maken van het ontluikende blad en bloesem van fruitbomen. De
wintervlinder ontpopt in de late herfst, waarbij het ongevleugelde vrouwtje de boom inkruipt
om eitjes af te zetten in de buurt van de knoppen. Bij het uitkomen van de eitjes in het
voorjaar beginnen de rupsen per direct te eten van de ontluikende knoppen, wat soms
zo massaal gebeurd dat je ze kunt horen eten.
De wintervlinder is een inheemse soort
en de beplanting kan zich na deze vraat dan ook prima herstellen. Alleen bij veelvuldige
herhaling van jaar op jaar kan de boom zwakte gaan vertonen. Probleem bij vruchtbomen
is dat ze de bloesems aanvreten, waardoor de vruchtzetting sterk kan verminderen.
Bestrijding
Bij de inheemse bomen vormt de vraat geen schade en is het niet nodig
om de bomen te behandelen. Veel bomen vormen rond de langste dag (21 juni) een complete
nieuwe lichting met frisse jonge bladeren wat Sint Janslot wordt genoemd. Bij bijvoorbeeld
eikenbomen zijn deze zichtbaar in de bomen met mooie felle goudgele kleuren.
Om de
vraat van de bloesems van fruitbomen te voorkomen kan een lijmband rond de stammen
van de bomen aangebracht worden in de periode oktober-
Knolvoet
Beschrijving
Knolvoet is één van de meest voorkomende ziekten bij kool. Knolvoet
wordt veroorzaakt
door een schimmel die, eenmaal aanwezig in de tuin, nooit meer verdwijnt. De sporen van
deze schimmel blijven namelijk altijd in de grond aanwezig en zullen bij gunstige
omstandigheden kiemen. De schimmel gedijt goed bij een lage pH, bij een pH hoger dan
7,2 komt geen knolvoet voor. Knolvoet kan groeien bij temperaturen tussen 10 en 35 graden,
al gedijt de schimmel het beste bij een grondtemperatuur hoger dan 15 graden. Bij een
temperatuur tussen de 20 en 25 graden met een hoge luchtvochtigheid groeit knolvoet het
allerbeste, vanwege dit feit hebben vroege teelten vaak geen last van deze aandoening.
Als planten last krijgen van knolvoet ontstaan aan de wortels onregelmatige zwellingen,
waardoor de plant niet meer goed kan groeien en het blad vaak een loodgrijze kleur
krijgt.
Bestrijding
Het is onmogelijk om knolvoet chemisch te bestrijden. Het kan voorkomen
worden door een wisselteelt toe te passen, waarbij met een minimum van zes jaar op
dezelfde plaats kool geteeld wordt.
Het kan ook helpen om kalk te strooien rondom
de planten, waarmee de pH van de grond rondom de planten verhoogt wordt.
Daarnaast dienen kruisbloemige onkruiden, zoals het herderstasje, goed bestreden worden. Het herderstasje is een lid van de kruisbloemenfamilie en daardoor verwant aan koolplanten.
Leliehaantje
Beschrijving
Het leliehaantje is met zijn felrode kleur een niet te missen
plaag in de tuin. Het
leliehaantje heeft een rood dekschild en is op de buik zwart. Dit diertje is tot 1,5 cm groot,
is zeer vraatzuchtig. Dat wil zeggen vooral de larven van het leliehaantje, want het
leliehaantje is drukker met de voortplanting dan met eten.
Het leliehaantje overwintert
als kever in de grond en kruipt in het voorjaar naar boven. Daar
legt het eitjes op de bladeren van alle soorten lelies, maar ook op het blad van
keizers-
kronen en lelietjes der dalen. Bij het uitkomen van de eitjes doen de larven zich tegoed aan
alle bovengrondse delen van de plant inclusief bloemen en zaaddozen. Na twee weken
verpopt de larven in de grond en komt als kever weer naar boven. De schade door de
leliehaantjes is daardoor doorgaans zeer groot, vanwege de constante aanwezigheid
van nieuwe kevers en larven.
Het leliehaantje is een exotisch dier in Nederland en
kent daardoor geen natuurlijke vijanden. Zowel de kevers als de larven hebben een
zeer vieze smaak, waardoor vogels ze niet opeten.